Onze terugweg van Koh Chang naar Bangkok verliep niet geheel vlekkeloos. ’s Morgens bij ons vertrek regende het voor de eerste keer. Op zich niet erg omdat we toch heel de dag in de bus zouden moeten zitten, maar daardoor reden er ook niet veel taxi’s op het eiland. De weinigen die wel reden zagen hun kans gouden zaakjes te doen door hun laadbak overvol vertrekkende toeristen (én bagage) te laden. Wie ooit op Koh Chang geweest is kan erover meespreken, de wegen daar zijn steil. Op sommige stukken kan zelfs geen berggeit overeind blijven. Wel, net op zo’n stuk kwamen wij en de chauffeur erachter dat we inderdaad te zwaar geladen waren. Gevolg: motor klinkt alsof hij gaat ontploffen alvorens de auto stilvalt en langzaam maar zeker achteruit begint te bollen. We knallen achterwaarts in de kant en maken allemaal dat we uit die taxi des doods zijn. Blijkbaar zaten we er met 15(!) + bagage achterop én ook nog de driver of death en zijn lief. Paar mensen overboord en traag en niet 100% gerust halen we toch de pier. De verkeerde pier. Met dank aan het mevrouwtje van het reisbureau… en we waren niet de enigen. Toch aan de overkant geraakt waar de bus al lang vertrokken was, samen met tientallen anderen waren we genoodzaakt te wachten op de bus van drie uur. Daarna zou het nog eens tot tien uur duren eer we in Bangkok zouden zijn.

Eens in Bangkok alle zorgen weer vergeten en op stap geweest. De tweede dag een aantal praktische dingen geregeld (nieuw glas in iphone, kapper, tickets printen,…) ’s avonds wat tv gekeken en Ines haar voorhoofd afgepeld.

Om 5 uur opgestaan om naar de luchthaven te vertrekken, vlucht om 9.25u naar Singapore. Daar had ik eigenlijk iemand willen zoeken om bij te couchsurfen, maar dat was er niet meer van gekomen. Een leuk hostel gevonden, niet te ver van de stad zodat we de volgende dag ook snel terug naar de luchthaven zouden geraken voor opnieuw een vroege vlucht naar Manado. Singapore is best een leuke stad, beetje zoals een ietwat grote stad in Europa, weinig Aziaten, maar spijtig genoeg ook Europese prijzen.

De vlucht naar Manado verliep vlekkeloos, ook al had de piloot ‘turbulent weather’ aangekondigd. Dus dat viel weeral mee. Meegelift met een Amerikaans koppel van de luchthaven naar de pier en uiteindelijk met de boot naar het eiland. Eerste indruk. VOCHTIG! Ik had geboekt in het goedkoopste “resort” hier op het eiland en dat was er ook aan te merken. Het bed was precies een lek geslagen waterbed, zo klammig en nat. Het is in de jungle extreem. Zelfs als ik met mijn ogen knipper moet ik daar van zweten. Gelukkig had ik een backup-plekje en daar zijn we nu al naar verhuisd. We zitten bij ‘den Benny’ (Froggies), nen Antwerpenaar van 56 die hier al een paar jaar woont en een duikresort uitbaat. Hij is blij nog eens plat dialect te kunnen praten en wij dat we ne super upgrade hebben gedaan t.o.v. onze vochtige grot. 3x eten per dag, wifi, zoveel water, koffie,… als je wil, alles inbegrepen voor een heel schappelijke prijs. Daarbij zijn we hier de enigen (buiten een Franse vrouw gerekend maar die is morgen weg) die hier rondlopen. Precies alsof we 20 mensen privé in dienst hebben. Morgen ga ik ook voor het eerst sinds lang duiken. Ines komt mee om alles ne keer te checken alvorens te beslissen of ze zelf ook gaat duiken. Visibility is naar’t schijnt 30-40 meter, zo ver kan ik boven water nog maar amper kijken zonder lenzen, dus dat is goed. Stay tuned voor een lading foto’s en een verslagje van de eerste duikdag!

Update: Ik ben net terug van mijn eerste duik. Ik heb een valling dus in het begin ging het een klein beetje moeizaam met de oren, maar na een tijdje ging alles open. Ik heb al een paar keer gezegd tijdens mijn vorige reizen “dit is het mooiste wat ik al gezien heb”, maar nu moet ik dat opnieuw zeggen en dat al na één duik. Straks meer na de tweede duik. Nu eerst dinner!

Update 2: Woooooooolalala. Daarstraks voor de eerste keer in mijn leven een wall-dive gedaan. Voor de niet kenners/duikers, dat is een duik langs een “muur” die loodrecht de diepte ingaat. Die diepte hier is zo’n slordige 2000 meter (jaja, tweeduizend) Het is precies of je langs een wolkenkrabber vliegt want die muur gaat kaarsrecht naar beneden. Op die wall groeit en leeft dan weer vanalles en nog wat, wat het meer dan de moeite waard maakt om dat eens af te schuimen. We zijn maar tot 25m geweest op de tweede duik, maar dat speelde geen rol. 1000den visjes en ongedierte waarvan ik de naam niet weet, gigantische krabben en kreeften, schildpadden en dus heel veel vreemde stuff. Oh en had ik al gezegd dat de zichtbaarheid 50m ofzo is? Veel te ver eigenlijk  :) (Sorry Dim)

Ps: Lou, nog geen coelacanth gespot, waarschijnlijk morgen ofzo  :)