Cairns

Na een korte vlucht vanuit Bali en een tussenstop in Darwin komen we ’s morgens aan in Cairns. Het is er broeiheet. Onderweg een aantal keer mijn klok moeten verzetten, dus een beetje verward op zoek naar de bus die ons naar het centrum kan brengen. We besluiten om naar een hostel te gaan, aangezien er in Australië (bijna) geen guesthouses zijn, alleen maar hostels. Een soort van jeugdherberg waar je met 4 tot 8 en soms ook meer personen op één kamer ligt. Bijna had ik op het nippertje nog een couchsurf-gelegenheid gevonden, maar net toen alles in orde was, bleek die kerel een nudist te zijn die er toch wel op aandrong om daar in uw geboortekleed rond te lopen. Hostel it is. Mooi plekje, aan de waterfront, vlakbij de zee. Het valt ook direct op hoe proper Australië is in vergelijking met Azië en de mensen zijn ook heel erg vriendelijk.

Na een dagje acclimatiseren is het aan Ines om haar cadeau van de collega’s te verzilveren. Een benji sprong vanop 50 meter en een jungle swing van 45 meter. Ines is kalm alsof ze een ei gaat bakken en springt als ervaren rekhanger richting vijver. Er komt zelfs maar een kleine kreet uit. De jungle swing takelt haar en iemand van het park (om meer gewicht en snelheid te hebben) naar boven en een paar seconden later vliegt super-Ines een paar keer door de lucht en over alle mensen heen. De benji was al leuk, maar de swing is zo leuk dat ze nog eens gaat. Nu breekt echter de kabel en valt de kerel die mee slingerde 40 meter lager te pletter op de rotsen. Bloed en hersenen overal, mensen slagen in paniek en er komen heel wat hulpdiensten aan te pas om alles op te kuisen… nee, dat is niet waar. Iedereen veilig terug op de grond en ’s avonds gaan we (omdat we het niet kunnen laten) Thai’s eten* en iets drinken op de esplanade (den dijk zeg maar). Toch even wennen aan die prijzen hier, dus houden we het bij een paar biertjes voor we terug naar onzekamer gaan.

De volgende dag is het eindelijk zover. We kunnen onze hippiecamper gaan oppikken. Een Mitsubishi buske in ware hippie stijl, inclusief bloemen en vlinders. Het stuur rechts, de vitessenbak links en de pinkers ook averechts. Zoals je al kan voorstellen, het eerste half uur was puur entertainment. Voor de anderen op de weg misschien iets minder. Start! Port Douglas here we come.

 

Port Douglas

Onderweg genoten van de eerste mooie vergezichten, al direct even boodschappen gaan doen en na een kort bezoek aan het haventje ons plekje voor de nacht gevonden op een backpackers hostel/camping iets buiten de stad. Op zo’n campings is alles. Wasmachines, droogkasten, propere douches en wc’s, zwembad,… Toch verliep onze eerste nacht in de camper niet zo vlot. Zo heet als een festival wc. Ik lag precies in een lekgeslagen waterbed. Daarbij ben je in het begin nog een beetje wantrouwig over wat er in de bushes allemaal rondvliegt –en kruipt, maar na een tijdje laat je ramen en deuren gewoon open. De volgende dag direct een ventilatorke gekocht en nu slapen we als baby’s. En wat ongediertje betreft… daar wen je aan en anders eten de gigantische vleermuizen het wel op. ’s Morgens nog een strand bezocht en terug vertrokken.

 

 

Innisfail

Innisfail was slechts een tussenstop op weg naar het zuiden. Eén nacht gespendeerd op weer een mooie camping en ’s avonds (terwijl Ines in de douche zat) het strand gaan bezoeken. Daar ontmoette ik Eddy. Topkerel, maar zonder twijfel ook één van de marginaalste van het dorp. Met meer kinderen dan tanden en altijd een pilske in de hand. Soms slapen ze op het strand en houd de hond de saltwater crocodiles weg. En ook de slangen. Gezellig, echt waar.

 

Mission Beach

Het begon bij mij stilleks te kriebelen om eens gaan te vissen dus huurden we een boot. Hiermee mochten we op de zee varen en in de creek. Vislijn meegepakt en op goed geluk wat gevist. Zonder resultaat, want de zee is veel te groot. Dus zette kapitein Blockx koers naar het strand om onze tinny (ijzeren bootje) op de remork te takelen en te transporteren naar de creek. Een soort van moeras met smalle loopjes waar het krioelt van de krokodillen. Het was laag tij waardoor de crocs (niet de schoenen) zich allemaal op de oevertjes verstopt hadden. Je zag ze niet, maar ze waren er wel en dat zorgde voor een mysterieuze spanning. Nu en dan een grote plons en krak in de bosjes om ons eraan te herinneren dat we niet alleen waren, maar daar bleef het bij. Die beesten spelen al 10.000 jaar verstopperke en zijn daar ondertussen vrij goed in. Achteraf toch een heel leuke en ge(zonne)slaagde dag.

 

 

Townsville

Weer zo’n stopover plekje. Industrie stad met in het midden een grote berg met een kasteel. Aangezien het bijna 40 graden was en je alleen te voet naar boven kon hebben we onze foto’s van beneden getrokken. ’s Avonds zochten we afkoeling in het zwembad van onze camping, maar dat water was opvallend heet. Geweldig gespreksonderwerp om het ijs ;) te breken bij de andere zwemmers. Zo ontmoetten we de Steve. Tegen dat we uitverteld waren was het al lang donker en het water precies nog warmer. We drinken nog een paar biertjes en spreken af om over een paar dagen bij de Steve en zijn (volgens hem super lekkere) vrouw Vicki langs te gaan. Had leuk geweest, maar is er uiteindelijk niet van gekomen. Onderweg nog gestopt bij het Billabong Sanctuary. Nee, dit is geen zwembroekenmuseum, maar een kleine gezellige dierentuin waar je heel close kan komen met de dieren. Kangoeroes komen uit je hand eten, koala’s mag je knuffelen, krokodillen mag je bekijken. Plezant bezoek en eindelijk eens wat wildlife gezien dat niet dood langst de weg lag.

 

Airlie beach & de Withsunday Islands

Het moet gezegd worden, deze camping had een cool zwembad. Met glijbaan. Wiiiiiii. Soit. Ook cool zijn de Withsunday eilanden die hier voor de kust liggen. We boeken een catamaran en zeilen de ganse dag rond. Ines doet hier ook haar eerste duik, ik mijn… euh zoveelste. Heel mooie onderwaterwereld hier. Het feit dat de mensen zich hier wel aan het visverbod en de andere regels houden t.o.v. elders in Azië heeft daar waarschijnlijk wel iets mee te maken. De rest van de zeiltocht praten we met de grappige kapitein en de oudjes uit Engeland. The next day ga ik nog eens een halve dag vissen maar vang ik alleen maar visjes die als aas konden dienen. Als ik dan toch eindelijk een zeemonster aan de haak slaag, gaat die haak er zomaar af en kijk ik eens lelijk naar de “visser” die hem eraan heeft gehangen. Kon ik zelf beter, maar nu kan ik binnen een paar dagen tenminste nog eens gaan vissen :) Ines las een boek, denk ik.

 

 

Agnes water

Onze eerste lekker lange rit eindigde hier. Die dag zo’n 850km afgelegd, ongeveer twee centimeter op de kaart. Op de boscamping krijgen we het gezelschap van Bart de boomkangoeroe. (ik moet het nog altijd eens opzoeken, maar volgens Ines bestaat zoiets), een pad en ander wild, zoals Duitsers. Veel Duitsers in Australië, zelfs nog meer dan Hollanders.

 

Hervey bay & Fraser island

En dat is waar we nu zijn en morgenvroeg terug vertrekken richting Rainbow Beach. De voorbije dagen hebben we weer niet stilgezeten. Eerst was er Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. Met fantastische stranden, glasheldere meren, koude beekjes, 4×4 racing in de jungle/op het strand en dingo’s… en nog veel meer. Onze gids was -verschiet niet- een oude Duitser die hier al 17 jaar woonde. Toch klonk het meer als Duits met een Engelse klank, dan andersom. De andere gids was een local wiens vader en moeder Aboriginals waren. Zijn naam ontgaat me, maar hij deed ook dienst als soort van druïde en knabbelde aan bijna alle bomen, blaadjes en bessen. Interessant! Hij verzorgde ook de openingsdans om ons te verwelkomen op het eiland. Gezien aan zijn moves en kreetjes denk ik dat hij een verkeerd blaadje had gegeten. Kort samengevat: ferry naar het eiland, 4×4 door de jungle, lake McKenzie, 4×4 strandracing, het wrak van de Maheno, Indian head, the champagne pools en Eli creek. Als je wil weten wat dit allemaal inhoud: <http://www.fraserisland.net/ want het is echt teveel om uit te leggen.

 

 

Toen deden we een dag niks.

 

Lady Elliot Island

Een eiland midden in de oceaan waar je alleen met een vliegtuigje kan geraken. De piloot was amper oud genoeg om een auto te mogen besturen en het waaide verschrikkelijk. De eerste minuten dansend op de wind waren dan ook een klein beetje spannend. Achteraf bleek deze knaap toch wel over vliegkunsten te beschikken want hij zette ons telkens netjes (ook met stevige tailwind) aan de grond. Over het eiland zelf kan ik kort zijn. Dat is een klein paradijs. Echt klein. Omgeven door koraal en heldere zee, ideaal om u eens goed te laten gaan om te snorkelen. En dat heb ik gedaan. Ook met de glass-bottom-boot geweest, fish feeding, buffet met zicht op zee,… alleen spijtig dat ik daar niet kon duiken (mag niet omdat ik daarna nog moest vliegen) Voila en daarna zijn we iets gaan eten en heb ik dit bericht getypt.

 

 

Baai baai en tot de volgende keer!

 

Voorlopige route: http://g.co/maps/hyqbu