Bali

Selamat pagi

Sinds de laatste keer dat hier iets nieuw verscheen is er niet veel meer gebeurd. Sorry :) Ik denk dat we moe waren van het soms moeizame en vermoeiende reizen in Sulawesi en tegelijk blij om hier op Bali terug wat beschaving te vinden. Daarom hebben we nog een paar dagen stevig verlof gepakt, gedronken en echt gefreten. Ines heeft de laatste details aan haar project afgewerkt en ondertussen heb ik mij nuttig beziggehouden. Zo ben ik nog eens gaan duiken (Liberty wreck in Tulamben), 60 kilometer afgelegd om geld uit de muur te gaan halen, in't zwembadje gezeten, vooral GEEN foto's getrokken,... en Ines dus gewerkt. De hardcore blogvolgers die vorig jaar ook al meelazen kan ik vertellen dat Kuta in Bali nog altijd niks veranderd is. Ok, er zijn minder open rioolputten, minder aanbieders van drugs, ladies en young ladies, maar voor de rest is het nog altijd - quote Ines: "marginaal en goor, maar leuk om even te vertoeven".

 

 

Oz here we come

Onze planning was oorspronkelijk helemaal anders, maar omdat de ferry in dit seizoen slechts éénmaal per maand vaart zoals wij van plan waren, hebben we genoodzaakt iets anders moeten verzinnen. Niet erg, flexibel als we zijn en zo hebben we ook weer een excuus om nog eens terug te komen. Daarom vertrekken we nu ook al vanavond naar Australië zodat we daar een paar weken langer kunnen blijven. Onze hippie-camper (echte naam, ik zweer het) staat zondag voor ons klaar in Cairns en zal de komende maanden ons rijdende huis zijn. Als het even kan komen we onderweg misschien ook nog een paar dorpsgenoten tegen, maar omdat Australië honderd miljoen miljard keer groter is dan België is dat nog onder voorbehoud.

Australië, ik heb er expres nog nie veel over gelezen, maar naar't schijnt is het groot, oranje, zitten er haaien, kangoeroes, kwallen en krokodillen. Bloody hell!

Cheers mates ;)


Terug van weggeweest

Dag trouwe lezers, hier zijn we weer. We hebben er eventjes uitgelegen, maar dat hadden we zelf niet onder controle. Internet in Sulawesi is onstabieler dan natte Willy op glad ijs en dan moet de elektriciteit het ook nog volhouden. Om de techneuten een idee te geven, de gemiddelde downloadsnelheid piekte op 900 bytes/sec. Dus nog geen kilobyte. 5 mb zou ongeveer 49 minuten duren. Of in mensentaal, een klein uurtje wachten tegenover 1 seconde thuis met Telenet :)

Het is hier echt machtig prachtig, de mensen zijn de vriendelijkste die ik ooit gezien heb en voor de rest is het hier verschrikkelijk... mooi. Christenen en Moslims leven hier in harmonie met elkaar. Eerst hoor je 's avonds de moslims bidden, daarna komen de halleluja's uit de andere richting. Niet iedereen heeft een ijskast, want tv en een gigantische satelliet is veel belangrijker.

Manado
Manado was een verplichtte tussenstop na Bunaken omdat we daar een bus moesten nemen, 's morgens vroeg om 6.00u. De namiddag hebben we dat ticket gaan regelen en wat door de stad gewandeld. Het is een vieze stad waar nog nooit iemand het woord recyclage of sorteren heeft uitgesproken. En dat vertaalt zich in vuilnis overal, ook op de mooie eilanden zoals Bunaken die er voor de kust liggen. Plastic, glas, papier,... kortom alles wat je op het containerpark kan vinden. Spijtig, en de strijd tegen deze vervuiling lijkt maar moeizaam op gang te komen. Ook nog eens genoten van een hamburger bij de KFC en de verfrissende koelte van de veel te koude airco's in het winkelcentrum.

De volgende dag 10 uur op een bus gezeten met een zeer bedrijvige chauffeur waardoor we iets vroeger dan gepland aangkwamen in Gorontalo, de havenstad waar we onze boot naar de Togean Islands moeten hebben.

Gorontalo
In Gorontalo is elke blanke (mannelijke) toerist een filmster, of zo lijkt het toch. Iedereen roept "miester miester" en zwaait uitbundig. Vrouwen worden hier totaal genegeerd, tot ongenoegen van Ines. Alhoewel er soms ook een "hello mies" te horen viel, maar dat was dan waarschijnlijk omdat ze de miester nog niet hadden gezien. Op één van mijn wandelingen door de stad (terwijl Ines aan haar paper zat te werken in het hotel) mijn jaarlijks terugkerende reis-gay-experience meegemaakt. Ditmaal geen tandarts, maar een opdringerige kerel die gewoon eens graag met mij naar de hotelkamer ging. En het mocht iets kosten. Vriendelijk bedankt en aan een snelwandeltempo terwijl ik gestalkt werd terug naar huis gegaan.

Even later mezelf toch weer op straat gewaagd en op zoek gegaan naar transport naar de eilanden. Na enig zoekwerk iemand gevonden die meer dan "miester miester" kon zeggen en hij heeft ons dan ook heel de dag geholpen en de stad laten zien. Zijn naam was Udin. En Udin have expecience! Hij bracht ons naar het oude Portugese fort dat uitzicht biedt over heel de stad en het meer, de rijstvelden,... hij had er echter niet bijgezegd dat we daarvoor wel een redelijk aantal trappen moesten doen. Echter zeker de moeite waard.

's Avonds vertrok dan de nachtboot naar Wakai op de Togean eilanden. Via Udin hebben we de kajuit van de tweede stuurman kunnen bemachtigen wat garant stond voor rust en privacy ipv op het dek te moeten slapen, of benedendeks in de kindercrèche. Ik heb ook nog even mogen proeven van het zeemanschap daar ik toegelaten was op de brug van de boot. Je weet wel, waar het stuurwiel staat.

Togean islands
Aangekomen op Wakai de speedboot genomen naar het Black Marlin Resort op Kaddidiri, een eilandje iets verderop. Daar heb ik een duik gedaan, ik ga niet in detail treden, maar wel één die echt de moeite was. Ook snorkelen (zelfs vanaf het strand) was er heel erg mooi. Het enige spijtige was dat het water en elektriciteit niet 24 uur beschikbaar was, waardoor je soms enkele praktische probleempjes had. En had ik al gezegd dat daar geen telefoon en helemaal geen internet connectie was?

De volgende dag samen met een Engels kopppel (Derek & Sarah) een bootje gecharterd naar Bomba, een eindje verderop. Daar heerste totale rust. Er was niemand anders daar dan wij, een gigantische spin en zeven honden. Honden die je overal volgden en 's nachts de wacht hielden op het terras. Voor de fun hadden wij de honneymoon suite gekregen en daar was plaats genoeg voor al onze viervoetvrienden. Misschien hadden we ook beter een paar katten aangeschaft want na de eerste nacht hadden muizen zich een weg geknabbeld door de rugzak van Ines, op zoek naar koekjes en die daar ook gevonden. Gat in rugzak en ook de oortjes van de iPod leken wel te smaken. Voor de rest chillen, zwemmen en zeveren met onze nieuwe Engelse vrienden.

Hollanders kom je overal tegen en soms zelfs ook een Belg. Erik was een Belg die toevallig net op die plaats duikinstructeur was. Hij kwam daar een beetje orde op zaken stellen en vroeg of we toevallig geïnteresseerd waren in een kennismakingsduik voor Ines. Ik zou dan met Ines mogen duiken een stukje van het strand, gewoon om eens te testen. Derek deed ook mee. En zo leerde ik Derek en Ines als volleerd nep-instructeur de basis van het duiken.

Tentena
Gelegen aan het idillische Poso meer centraal in Sulawesi en echt een verademing na een week op de eilanden. Eindelijk terug warm water en electriciteit, maar het internet liet nog steeds te wensen over. Zwemmen in het meer was heerlijk en de avonden waren aangenaam koel. Een fantastische waterval bezocht en omdat een heel goei voorstel van twee andere reizigers (Matthias uit Duitsland en Carlina uit Bulgarije) ons voor de voeten werd geworpen, daar 's anderendaags om 5.30u samen met hen verdergegaan naar Rantepao - Toraja land!

Rantepao - Tana Toraja
Dit moest één van de hoogtepunten worden van dit stuk van de reis. De Toraja zijn bekend om hun speciale levenswijze, maar nog meer voor hun begrafenissen en de manier waarop ze omgaan met hun doden. Een ceremonie van enkele dagen waar het nodige bloed mag vloeien. Buffalo's en varkens moeten er in grote getallen aan geloven, maar al bij al blijft het nog vrij deftig. Het is wel een overweldigend beeld als je toekomt op de plaats waar het zich allemaal afspeelt. Overal ligt bloed, schreeuwende varkens, er lopen gigantische buffalo's rond,... het duurt even voor je het allemaal een beetje kan vatten. Bovenop de verzamelplaats waar de familie zit staat dan de kist van de overledene die blijkbaar dan ook al meer dan een jaar dood was. Geen koffietafel, maar gebakjes en koffie en thee voor iedereen aanwezig.
De mensen worden daarna ook niet gewoon begraven in de grond, maar in een graf, uitgekapt in een rots. Ze krijgen geschenken mee voor het hiernamaals (vooral sigaretten) en de plaats in de rots zegt iets over de status in de maatschappij. Hoge onbereikbare graven zijn van belangrijke of gewoon rijke mensen, terwijl arme mensen bijna letterlijk op een hoop worden gesmeten. We zijn zelf ook in zo'n grot geweest vol schedels, sigaretten en lijkkisten. Zie de foto's om hier een beeld van te krijgen.

Door deze indrukwekkende gebeurtenissen zou je bijna vergeten hoe mooi het hier wel is. Groene rijstterrassen tegen de flanken van de bergen zo ver je kan zien, met hier en daar een buffel die verkoeling zoekt. Het deed mij vooral denken aan zoiets als de Efteling, alleen veel veel mooier en veel veel specialer. Echt iets dat je moet zien om het te geloven. Zo staan hier bijvoorbeeld soms geen palmbomen, maar naaldbomen, zomaar. Je waant je plots in de alpen, maar als je dan die gekke huisjes in de verte weer ziet staan weet je weer waar je bent.


Matthias (DE) en ik (de venten van het gezelschap) zouden een trekking gaan doen in de bergen ten noorden van de stad, maar omdat we een gids te duur vonden, besloten we er zelf op uit te trekken. Dat bleek echter al snel onbegonnen werk waardoor we na een paar uur gewoon een brommer hebben gehuurd en op goed geluk de bergen zijn ingereden. Fantastische panorama's en vergezichten, dingen die je niet op foto of film kan vatten, al hebben we geprobeerd. De volgende dag hebben we ongeveer dezelfde tour nog eens gedaan, maar dan met de vrouwen achterop. 's Avonds wachtte de nachtbus die ons naar Makassar, onze laatste stop in Sulawesi zou brengen. Daar zitten we nu en EINDELIJK is er internet. Dadelijk trekken we de stad in, op zoek naar informatie en het vervolg van onze reis, want onze volgende stop... weten we zelf nog niet.

Hoep hoep hoepschraubbe!


Bunaken

Onze terugweg van Koh Chang naar Bangkok verliep niet geheel vlekkeloos. ’s Morgens bij ons vertrek regende het voor de eerste keer. Op zich niet erg omdat we toch heel de dag in de bus zouden moeten zitten, maar daardoor reden er ook niet veel taxi’s op het eiland. De weinigen die wel reden zagen hun kans gouden zaakjes te doen door hun laadbak overvol vertrekkende toeristen (én bagage) te laden. Wie ooit op Koh Chang geweest is kan erover meespreken, de wegen daar zijn steil. Op sommige stukken kan zelfs geen berggeit overeind blijven. Wel, net op zo’n stuk kwamen wij en de chauffeur erachter dat we inderdaad te zwaar geladen waren. Gevolg: motor klinkt alsof hij gaat ontploffen alvorens de auto stilvalt en langzaam maar zeker achteruit begint te bollen. We knallen achterwaarts in de kant en maken allemaal dat we uit die taxi des doods zijn. Blijkbaar zaten we er met 15(!) + bagage achterop én ook nog de driver of death en zijn lief. Paar mensen overboord en traag en niet 100% gerust halen we toch de pier. De verkeerde pier. Met dank aan het mevrouwtje van het reisbureau… en we waren niet de enigen. Toch aan de overkant geraakt waar de bus al lang vertrokken was, samen met tientallen anderen waren we genoodzaakt te wachten op de bus van drie uur. Daarna zou het nog eens tot tien uur duren eer we in Bangkok zouden zijn.

Eens in Bangkok alle zorgen weer vergeten en op stap geweest. De tweede dag een aantal praktische dingen geregeld (nieuw glas in iphone, kapper, tickets printen,…) ’s avonds wat tv gekeken en Ines haar voorhoofd afgepeld.

Om 5 uur opgestaan om naar de luchthaven te vertrekken, vlucht om 9.25u naar Singapore. Daar had ik eigenlijk iemand willen zoeken om bij te couchsurfen, maar dat was er niet meer van gekomen. Een leuk hostel gevonden, niet te ver van de stad zodat we de volgende dag ook snel terug naar de luchthaven zouden geraken voor opnieuw een vroege vlucht naar Manado. Singapore is best een leuke stad, beetje zoals een ietwat grote stad in Europa, weinig Aziaten, maar spijtig genoeg ook Europese prijzen.

De vlucht naar Manado verliep vlekkeloos, ook al had de piloot ‘turbulent weather’ aangekondigd. Dus dat viel weeral mee. Meegelift met een Amerikaans koppel van de luchthaven naar de pier en uiteindelijk met de boot naar het eiland. Eerste indruk. VOCHTIG! Ik had geboekt in het goedkoopste "resort" hier op het eiland en dat was er ook aan te merken. Het bed was precies een lek geslagen waterbed, zo klammig en nat. Het is in de jungle extreem. Zelfs als ik met mijn ogen knipper moet ik daar van zweten. Gelukkig had ik een backup-plekje en daar zijn we nu al naar verhuisd. We zitten bij ‘den Benny’ (Froggies), nen Antwerpenaar van 56 die hier al een paar jaar woont en een duikresort uitbaat. Hij is blij nog eens plat dialect te kunnen praten en wij dat we ne super upgrade hebben gedaan t.o.v. onze vochtige grot. 3x eten per dag, wifi, zoveel water, koffie,… als je wil, alles inbegrepen voor een heel schappelijke prijs. Daarbij zijn we hier de enigen (buiten een Franse vrouw gerekend maar die is morgen weg) die hier rondlopen. Precies alsof we 20 mensen privé in dienst hebben. Morgen ga ik ook voor het eerst sinds lang duiken. Ines komt mee om alles ne keer te checken alvorens te beslissen of ze zelf ook gaat duiken. Visibility is naar’t schijnt 30-40 meter, zo ver kan ik boven water nog maar amper kijken zonder lenzen, dus dat is goed. Stay tuned voor een lading foto’s en een verslagje van de eerste duikdag!

Update: Ik ben net terug van mijn eerste duik. Ik heb een valling dus in het begin ging het een klein beetje moeizaam met de oren, maar na een tijdje ging alles open. Ik heb al een paar keer gezegd tijdens mijn vorige reizen “dit is het mooiste wat ik al gezien heb”, maar nu moet ik dat opnieuw zeggen en dat al na één duik. Straks meer na de tweede duik. Nu eerst dinner!

Update 2: Woooooooolalala. Daarstraks voor de eerste keer in mijn leven een wall-dive gedaan. Voor de niet kenners/duikers, dat is een duik langs een "muur" die loodrecht de diepte ingaat. Die diepte hier is zo'n slordige 2000 meter (jaja, tweeduizend) Het is precies of je langs een wolkenkrabber vliegt want die muur gaat kaarsrecht naar beneden. Op die wall groeit en leeft dan weer vanalles en nog wat, wat het meer dan de moeite waard maakt om dat eens af te schuimen. We zijn maar tot 25m geweest op de tweede duik, maar dat speelde geen rol. 1000den visjes en ongedierte waarvan ik de naam niet weet, gigantische krabben en kreeften, schildpadden en dus heel veel vreemde stuff. Oh en had ik al gezegd dat de zichtbaarheid 50m ofzo is? Veel te ver eigenlijk  :) (Sorry Dim)

Ps: Lou, nog geen coelacanth gespot, waarschijnlijk morgen ofzo  :)


Gili’s, Bali part two en back 2 Bangkok

De laatste tijd heb ik veel zitten werken waardoor de goesting om daarna nog een blogbericht te schrijven dikwijls ver zoek is. Ik ging van Kuta Bali naar Lombok om uiteindelijk op de Gili eilanden te geraken. Drie heel kleine, maar heel mooie eilandjes in het noordwesten van Lombok. Daar heb ik niet veel gedaan, zelfs bijna geen foto’s getrokken. Feestjes wel natuurlijk, voetbal gekeken én gaan duiken. Zo is nog eens duidelijk geworden wat ik eigenlijk al langer wist: don’t drink & dive. Nu ja, de vissen hebben nog eens goed gegeten.

Na de Gili’s en Lombok ging ik terug naar Kuta omdat daar mijn vliegtuig vertrok richting Bangkok. Daar kon ik echt geen stap op straat zetten zonder constant lastiggevallen te worden voor drugs, vrouwen of de combinatie, wat je op den duur grondig beu bent. Eén keer heb ik het geteld. 16 keer op zo’n 100m. Ongetwijfeld een record, om niet trots op te zijn. Kuta is echt de rotste plek waar ik ooit ben geweest en weer probeerden ze me te overvallen. Probeerden want (al zeg ik het niet graag) ik heb die hoer een goei mot op haar bakkes gegeven. Voor alle duidelijkheid, ik zat niet in de hoerenbuurt, maar die hangen rond in de donkere steegjes waarlangs ik naar mijn hotel moest.

En nu ben ik terug in Bangkok. Wiiiiiii. Ik ben gewoon heel erg graag in Thailand. Gisteren op stap geweest met Fillipe, een Canadees. Lachen. Morgen nog maar eens de nachttrein naar Chiang Mai en dan zie ik weer wel waar het avontuur me brengt.

Tsjauwkes!

 


Bromo - Bali - Lombok

Dag trouwe lezers. Sorry dat ik jullie zo lang in de steek heb gelaten, maar ik was niet in de mogelijkheid iets te posten. Lees verder en ontdek waarom. Wiiiii... Ik verliet Yogyakarta met de bedoeling zo snel mogelijk naar Bali te gaan. 350.000IDR, da’s ongeveer €30 voor een busrit van 8 uur, bezoek en verblijf aan de Bromo vulkaan, de busritnaar Bali, de ferry en de laatste busrit naar het zuiden van Bali. Goedkoop, maar een hele trip die uiteindelijk nog veel langer was dan vooropgesteld. M.a.w. ik heb twee dagen in een busje gezeten met twee Hollandse meiden die constant Engels probeerden te praten tegen een Canadees met stinkvoeten en een gitaar. Gelukkig had ik mijn iPod helemaal opgeladen, maar ik heb het toch nog een tijd moeten aanhoren. Oordoppen in en slapen heb ik ook gedaan/geprobeerd, maar Parijs – Roubaix kunnen ze evengoed volgend jaar hier rijden. We komen pas laat en in de donker aan in Bromo. Natuurlijk ook daar alles onder het zwarte stof van de vulkaan. Op tijd gaan slapen want om 3u vertrekken we alweer naar de zonsopgang. Nuja, slapen. Mijn naaste buurman was de stroomgroep die het hotel van stroom voorzag. Dit minderde wel eens de oordoppen weer eens inzaten, maar dan hoorde (en soms voelde) je dat andere ding weer. Die vulkaan die een paar honderd meter verder aan’t uitbarsten was. Toch nog een goei powernapke gedaan. Het vermelden waard: het werd weer eens heel duidelijk hoe plat Holland wel is. Wat een gezaag van die Hollandse kaasbollen om 200m een berg op te kruipen. Soit. Eens boven werd het wel licht, maar geen zonsopkomst gezien, te bewolkt. Sommige toeristen waren teleurgesteld, andere nog meer en nog andere konden het zelfs niet verkroppen. Eén zieligaard wou zelfs zijn geld terug en anders moesten ze hem maar daar laten. Tssss. Ik vond het ook wel een beetje spijtig, maar ik heb er deze vakantie al een paar hele mooie gezien. We gaan terug naar het hotel en ontdekken dat we nog 2 uur niks te doen hebben, voor mij het teken om terug richting vulkaan te gaan. Het gebied beneden aan de vulkaan was verboden toegang wegens de uitbarsting die plaatsvond, maar na wat onderhandelen met een paar locals die het niet al te nauw met veiligheid nemen zit ik even later achterop een brommerke richting vulkaan. Even vraag ik me af of het wel een goei idee is. Achteraf blijkt van wel. Ik heb de uitbarsting gezien, geroken en gevoeld. Machtig. Ze boden ook nog aan om op de vulkaan eens gaan te kijken, maar wegens tijdsgebrek moest ik passen. Spijtig, want achteraf hebben we nog een uur op een chauffeur moeten wachten...

De rit naar Bali gaat verder over het prachtige landschap van Java, weer lang wachten aan de ferry en dan nog eens 3 uur busje zitten. Brrrr, ik kon alleen maar denken aan Kuta, de plaats van het bruisende nachtleven waar ik die avond nog wou geraken. Dat is me natuurlijk gelukt. Super coole discotheken met verschillende verdiepen, muziek, balkons, terassen. Zelfs gratis boterhammen, zoals op een vat. De volgende dag huur ik een brommer en ga ik naar Tanah Lot. Een hele mooie tempel die je alleen kan bereiken als het eb is. Het was vloed. ’s Avonds ga ik naar een andere gigantische discotheek en drink slechts een paar pintjes, want ik wil de volgende ochtend fit zijn om naar Uluwatu te rijden. Een ander geweldig plekje in’t zuiden van Bali. Dan gaat er iets mis. Ik word wakker rond 14.00u in de namiddag en voel me redelijk duizelig, verward en mottig. (Nog meer dan anders) Als ik naar het reisbureau aan de overkant mijn ticket naar Lombok wil gaan betalen en mijn portefuille pak is die leeg, op een paar duizend Roepia na. Vreemd, voor mij althans toch. Ik heb die zeker niet allemaal opgedronken én mijn $50 backup is ook weg. Totale prijskaartje: zo’n €100. Wel... shit happens. Na enig rondvragen lijkt dit helemaal niet zo vreemd. Ze drogeren hier vaak mensen en stelen hun geld. En ik dacht dat ik de lokale Jan Bardi ontvreemder was tegengekomen. Om een lang verhaal iets korter te maken. Kuta is een open riool met veel te veel (Australische) toeristen, veel gezaag aan uwe kop, surfers met grote klakken met stro onder geplakt, heeel veel “drugs” (of toch het aanbod) en vervelende prostituees die u kilometers achtervolgen. Maar ik heb er wel fun gehad.

Ik wou naar Amed in het noorden van Bali gaan, maar alleen daar geraken bleek onbetaalbaar. Dan maar de ferry gepakt naar Lombok en daarna naar de Gili’s. Ondertussen had ik ook nog een oogontsteking opgelopen en ben ik vandaag naar het ziekenhuis geweest waar iemand die zich uitgaf als oogarts met een overmaatse pillamp die nog maar op 1/100 van haar kracht werkte lang in mijn oog scheen. Maar dat was na dat ik een Indonesische tekst vanop afstand moest voorlezen. Door dit akefietje ben ik nog steeds in Lombok. Er gaat maar één boot naar de Gili’s per dag en die vertrok toen ik in’t ziekenhuis was. Dus plannig 1 dag opgeschoven. No big deal en mijn oog is al een beetje beter.

PS: Nog een paar Lombok foto's toegevoegd.


Yogyakarta

Ik heb gisteren ongeveer één miljoen uitgegeven. Wie echt wil weten hoeveel euro dat is of veel vrije tijd heeft moet dat maar eens opzoeken. ’s Avonds ben ik gaan kijken in de lokale tekenacademie waar ze ‘Batik’ schilderkunst beoefenen. Zonder liegen: heel interessant. Zo interessant dat ik zelfs een schilderij heb gekocht. Kwestie van in mijn toekomstige appartement toch iets aan de muur te hangen. Daarbij steunde ik zo een kinderorganisatie en de academie hecht erg veel belang aan wat er met het schilderij gebeurd. Ze vragen zelfs om een foto te sturen van waar het komt te hangen. Ook krijg je per mail het verhaal achter het het schilderij, rechtstreeks van de kunstenaar. Aan mijn schilderij is twee maanden gewerkt. Het is geen klassieke Boeddha, stoepa of dergelijk, maar iets heel speciaal dat voor eigen interpretatie vatbaar is. Kom maar eens kijken als het er hangt.
Daarna ben ik nog een paar pintjes gaan drinken, nog maar eens iets gaan eten en gaan slapen.

Vandaag de rest van de stad bezocht en het is echt opmerkelijk hoe extreem vriendelijk de mensen hier zijn. Het zal er ook wel iets mee te maken hebben dat ik alleen ben, maar ik word links en recht aangeklampt door (meestal) oude ventjes die eventjes met mij willen burten. Alle, die kunnen dan dikwijls ook nog een beetje Nederlands als je zegt dat je van België komt en dat maakt het elke keer wel grappig. Ook een keer moest ik mee naar huis want hij wou mij aan zijn familie laten zien. Relaxt daar gezeten, zijn schoon dochters bekeken, interessante rondleiding (door zijn huis en dan door de stad) gehad en natuurlijk thee gedronken. Een hele andere kant van Jogja gezien dan de meeste toeristen en zeker de moeite waard.

Straks ga ik me naar de nachtmarkt laten brengen door iemand op een fietske terwijl ik vanvoor in het bakske zit. Hoe ze zoiets hier exact noemen weet ik niet meer. (Riksja?) Morgenvroeg vertrek ik alweer en in de nacht van zondag op maandag kruip ik de Bromo vulkaan op en pik ik nog een zonsopgang mee. Daarna reis ik verder naar Bali waar de duikplekken en feestjes weeral op mij liggen te wachten.

 


Jakarta naar Yogyakarta

Ipv 1 nacht heb ik 2 nachten gecouchsurft bij Ben en Samantha in Jakarta. Gewoon omdat dit super coole mensen zijn en omdat we elkaar graag beter wilden leren kennen. Onze eerste ontmoeting was heel kort want ik was redelijk laat omdat ze op het vliegveld dachten dat ik met een vals paspoort, OF met dat van een broer van mij aan’t reizen was... Begrijpen wie begrijpen kan, maar die baard had er zeker en vast iets mee te maken. Gelukkig was Ben wakker gebleven, maar toen ik hem ontmoette gaf hij een heel slaperige indruk, daarover later meer. Hij toont mij m’n kamer en iedereen gaat slapen. De volgende morgen roept hij in de kamer dat hij naar school moet om te gaan lesgeven en ergens in de late namiddag wel terug is. Als ik iets moet eten moet ik het maar tegen de housekeepster zeggen of zelf uit de ijskast pakken, kortom mijn plan trekken. Oh, het zwembad moest ik ook zeker checken als ik het te warm had. Nee, geen handtastelijke tandartsen deze keer maar super toffe gastvrije mensen en ik val weer eens met mijn gat in de boter. Die dag werk ik stevig door, goei internet en nu en dan een baantje trekken in’t zwembad. Tegen dat Ben en Samantha ’s avonds thuiskomen heb ik bergen werk verzet. Eerst excuseert hij zich voor het korte onthaal van de avond voordien en verklaart hij zijn slaperige toestand. Ze hadden al een paar weken een aantal “brownies” in de vriezer zitten die ze gespaard hadden voor deze avond, maar omdat ik zo lang wegbleef hadden ze die per ongeluk al allemaal met hun tweeën opgegeten. ’t Was wel heel plezant geweest, spijtig dat ik dat heb moeten missen. Het eten dat de housekeepster en haar slaventeam maakt is heerlijk, vraag me niet wat, maar het was geweldig. Serieus gevuld zetten we ons op’t terras en trekken een paar grote Bintangs open, het lokale bier. Eerst vroegen ze of ik liever een Heineken had, maar na de klassieke “it’s fucking close water mop” heb ik die vraag niet meer gekregen. Plots telefoon. De Max, een vriend van mijn twee nieuwste dikke vrienden. “Who’s up for quiznight?!” Ben:”You like to quiz Nick?” Nick: “Hell yeah!” En we reppen ons naar café De Hooi waar de rest op ons wacht en de quiznight doorgaat. Komt erop neer dat ze op groot scherm een online kwis laten zien, 5 ronden van tien vragen en je schrijft gewoon het antwoord op, verbeteren doe je van elkaar. Onze teamnaam ben ik al vergeten, maar het was iets met poop. Tijdens de kwis mag je zoveel drinken je wil/kan, je moet nog niks betalen en als je de kwis wint, is dat allemaal gratis én mag je nog één uur volle bak ALLES gratis drinken. Met zo’n motivatie, twee keer raden wie die kwis daar gewonnen heeft. Yeah baby! Sweeeeeeet! What uuuuuup?! En nog veel meer van die funky Americano-kreten passeren de revue. Desondanks dat iedereen ’s anderendaags moet gaan werken maken we het toch nog redelijk laat. De volgende dag werk ook ik weer redelijk goed en laat me na het avondeten naar het treinstation voeren door een taxi. Maar alvorens ik mag vertrekken moet ik zweren dat ik terugkom om eens degelijk door te feesten. Samantha:” We gonna party so hard...that...” maar dan weet ik het niet meer, wel dat ik dacht... Damn! Kans is dus groot dat ik daar nog eens passeer, mede omdat vliegen vanuit Jakarta goedkoper is dan vanuit Bali en we hebben dus nog some unfinished business. Anyway...


Ik arriveerde in Yogyakarta (Jogja zoals iedereen het noemt) deze morgen rond 6u, ga ontbijten en zoek ondertussen in mijn Lonely Planet al een slaapplek. Volgens het boek en mijn planning zou ik ongeveer 3 dagen nodig hebben om alle grote dingen hier te bezoeken. Borodubur, de Merapi vulkaan en Prambanan, ik zal al verklappen dat ik ze allemaal vandaag (dus in één dag) bezocht heb en waarschijnlijk morgen al verder ga treinen, naar waar is nog een mysterie. Wie trouwens wil weten wat die dingen zijn, google er maar eens naar, je zal verstelt staan. (Of versteld, of versteldt, weet ik veel) Taal is hier erg verwarrend, ze gebruiken hier heel de tijd Nederlandse woorden. Als er geen Hollanders zitten dan hebben ze er in’t verleden wel gezeten! Enkele voorbeelden: burgemeester, gratis, taksi,... ben er al weer veel vergeten, maar de grappigste is zeker en vast knalpot. Zo herken je hier een brommeronderdelenwinkeltje.

Om nog even terug te komen op mijn dag. Borodubur is heel knap, de omgeving als je er naartoe rijdt minstens even knap.

De Merapi en wat dat askanon hier in de omgeving teweegbrengt is echt niet te vatten. Vierkante kilometers onder het stof, miserie overal. Die landslide van vorig jaar in de Filipijnen was een zandkorrel vergeleken met dit hier. Als het regent slaat iedereen op de vlucht want dan komt er vanalles (gigantische rotsen en shit!) naar beneden en verpletteren alles. Niet normaal om te zien hier. Elke dag opnieuw de grote baan versperd door een modderlaag van een meter of drie (misschien wel meer) hoog. Om nog maar te zwijgen van het gebied vlakbij de vulkaan. By the way, ik stond vandaag gewoon op de flank van dé Merapi zwafelgassen en rook op te snuiven op een plekje waar het een tijdje geleden nog zo’n 600° warmer was en dat was eraan te zien ook. De foto’s spreken (gedeeltelijk) voor zich.


Tot slot, Prambanan is een verplicht Hindoe tempelcomplex als je hier in de buurt bent. Ganesha, Shieva, noem maar op... Ik kreeg de hulp van twee 14-jarige gids studentes die me gratis overal uitleg bij gaven, opdracht voor’t school. Ik heb ze achteraf toch maar wat geld gegeven en goei punten. Ze waren zo vriendelijk en deden zo hun best. En helemaal als afsluiter, ik wil nooit beroemd worden. In het verleden ben ik al een aantal keer met locals op de foto gemoeten, maar vandaag was ongeëvenaard! Ik sta grofweg op 250 foto’s! Hier liepen alleen maar meisjesscholen rond precies en die wilden allemaal, ja ALLEMAAL met mij op de foto. Eerst waren ze wat verlegen, maar eens het ijs gebroken was. Oh my god! Eén voor één en daarna nog eens met de klas. “Weeeeee luuuv yooooouuuuuuuuu...”

I know ;-)