De laatste tijd heb ik veel zitten werken waardoor de goesting om daarna nog een blogbericht te schrijven dikwijls ver zoek is. Ik ging van Kuta Bali naar Lombok om uiteindelijk op de Gili eilanden te geraken. Drie heel kleine, maar heel mooie eilandjes in het noordwesten van Lombok. Daar heb ik niet veel gedaan, zelfs bijna geen foto’s getrokken. Feestjes wel natuurlijk, voetbal gekeken én gaan duiken. Zo is nog eens duidelijk geworden wat ik eigenlijk al langer wist: don’t drink & dive. Nu ja, de vissen hebben nog eens goed gegeten.

Na de Gili’s en Lombok ging ik terug naar Kuta omdat daar mijn vliegtuig vertrok richting Bangkok. Daar kon ik echt geen stap op straat zetten zonder constant lastiggevallen te worden voor drugs, vrouwen of de combinatie, wat je op den duur grondig beu bent. Eén keer heb ik het geteld. 16 keer op zo’n 100m. Ongetwijfeld een record, om niet trots op te zijn. Kuta is echt de rotste plek waar ik ooit ben geweest en weer probeerden ze me te overvallen. Probeerden want (al zeg ik het niet graag) ik heb die hoer een goei mot op haar bakkes gegeven. Voor alle duidelijkheid, ik zat niet in de hoerenbuurt, maar die hangen rond in de donkere steegjes waarlangs ik naar mijn hotel moest.

En nu ben ik terug in Bangkok. Wiiiiiii. Ik ben gewoon heel erg graag in Thailand. Gisteren op stap geweest met Fillipe, een Canadees. Lachen. Morgen nog maar eens de nachttrein naar Chiang Mai en dan zie ik weer wel waar het avontuur me brengt.

Tsjauwkes!