Stop and go…

Eindelijk aangekomen… om al bijna terug te kunnen vertrekken. Maar daarover later meer. Eerste stop: de kapper. Er was voor mij een afspraak gemaakt bij een Vietnamese kapster met Japanse roots. Japanners staan garant voor ‘weird stuff’ en vreemd genoeg had deze styliste met voorliefde voor snit en haar een kaal hoofd. Het was al laat, ze ging haastig te werk en het resultaat kon ermee door, maar naar haar bekende “masseren van de oogballen” kon ik fluiten.

Bui Vien. Een bekende (backpackers)straat in Ho Chi Mhin. Voor de reizigers: een beetje zoals Khao San Road in Bangkok, maar iets kleinschaliger. Voor de niet reizigers: een drukke straat met veel zatte mensen op kleine plastieken stoeltjes. Echter geen nachtgebraak vandaag want om 4u moeten we alweer opstaan om terug (jawel) naar de luchthaven te gaan omdat we vliegen naar Hué in het noorden van Vietnam. Kat in het bakkie! (Letterlijk) Al vraagt het enige voorbereiding en doorzettingsvermogen om te reizen met een kat in Vietnam, zeker als je weet dat katten hier verwenst worden en iedereen gelooft dat ze ongeluk brengen in uw voertuig. Zie het als St. Christoffel from hell in katvorm.

Zonder van de radar te verdwijnen aangekomen in Hué en direct naar het treinstation om de trein naar Dong Hoi te nemen. Die vertrekt echter pas over twee en een half uur dus zetten we ons op een terras. Ik weet na al dat reizen en wisselen van tijdzones niet meer waar de klok of klepel hangt, maar het was tijd voor een pintje. Ondertussen trekt onze kattenbak veel toeschouwers die watertandend een glimp proberen op te vangen van onze kabouter-tijger. In de trein meer van hetzelfde.

 

Trein naar Ho Chi Minh

 

Dong Hoi

In Dong Hoi is niks te zien en nog minder te beleven. Al vinden we er een leuk hotel. Het is een slapend stadje dat tot voor kort nog onbekender was dan het nu is, tot een paar jaar geleden een verdwaalde rijstboer een gigantische grot vond op zijn erf. En daarna nog een paar. De Hang Soon Dong Cave zou de grootste grot ter wereld zijn. Blijkt echter wel dat je voor National Geographic moet werken om er binnen te mogen of $6000 neertellen voor een excursie van 10 dagen in het donker. Dan kan ik evengoed thuis blijven en overwinteren in Retie. Als troostsprijs voor ontgoochelde amateur speleologen zijn er nog twee andere ondergrondse toppers. Paradise Cave en Phong Nha Cave. We checken hun locatie om ze de volgende dag te komen bezoeken en stoppen nog even bij een Australische farmstay.

 

Platteland rond Dong Hoi

 

De volgende dag regent het. En geen gewone regen. Een zondvloed. Gelukkig zijn het hier Boeddhisten want elke vroome Christen had beginnen bouwen aan een ark. Onze trip valt letterlijk in het water en we passen voor de natte grotten. Goed nieuws voor onze baas en klanten want nu kunnen we een hele dag ongestoord werken, al maken we ’s avonds nog een korte wandeling door Boring Hoi. Het enige waarvoor deze plek bekend staat en het enige waarvoor mensen helemaal tot hier afzakken hebben we dus niet gedaan, al laten we dat niet aan ons hart komen. We treinen terug naar Hué en zien dat daar de zon terug schijnt. De oude stad die ik daar al eens bezocht was nog wat ouder geworden, maar op zich niets veranderd. We drinken teveel café suda (Vietnamese ice coffee) en bestellen voor de volgende dag een superstrakke bus naar Hoi An.