Vergeet Activia, actieve bifidus en omega 3. Ik heb een keet gevonden en daar moet je maar één keer gaan eten en je darmflora zal bloeien als nooit te voren. De omschakeling naar Cambodjaans eten verliep m.a.w. “gesmeerd”. De eerste avond heb ik hier niks gedaan, want ik heb tv op mijn kamer inclusief alle bekende Aziatische sattelietkanalen, zo’n 65 in totaal. Voetbal non-stop en films à volonté. Mix dat met een vermoeiende dag in een busje tussen grommende Duitsers en dan weet je dat ik bij de tweede match van de avond al mooi lag te knorren. Daardoor was ik de volgende ochtend lekker fris en vroeg uit bed gekomen om te werken. Tegen de middag werd het me toch wat te warm en ben ik na een lange wandeling met mijn ipod op het strand beland. Iets wat ik tegenwoordig liever en liever doe. Damn! Daar speelde mijn actieve curry na een tijdje weer op en aangezien ik nog niet over het punt ben dat ik overal in de kant kak, wandelde ik rustig terug naar mijn kamer. Geen slecht plan want het eigenlijke strand vlakbij mijn guesthouse had ik alleen nog maar in de avond gezien. Ik hoorde op vroegere reizen dat Shianoukville een backpackersmekka was waar je nog lekker kon chillen, spijtig genoeg is dit maar deels waar. Dit grote lange strand was volgepland met strandstoelen, parasols, zonnebrilverkopers en dikke toeristen. Beetje een tegenvaller, maar te verwachten als je ziet wat voor een bouwwerf het hier op sommige plekken letterlijk is. Luxeresorts overal in opbouw. Bah, want als je ziet wat voor armoede hier nog heerst als je met je motorbike een stuk landinwaards trekt ben je beschaamd een (rijke) toerist te zijn. Daarover straks meer. Die avond afgesloten met veel msn, skype en facebook zodat iedereen terug op de hoogte was, nog snel iets gaan drinken en weer op tijd gaan slapen om ’s anderendaags opnieuw in de voormiddag te kunnen werken. Bear Grylls wiegt me die avond in slaap op Discorvery Channel.

 

Vandaag dus weer gewerkt, maar nog een beetje over gelaten voor ‘s avonds (nu) en een brommerke gehuurd. Ik zag ’s morgens op google maps dat hier ergens een waterval zou zijn, maar niet bij de deur. Op mijn tocht op zoek naar de waterval heb ik geleerd dat wanneer je in Cambodja de weg vraagt de afstand ALTIJD nog ongeveer 3 tot 4 kilometer is, ongeacht de werkelijke afstand. Ik begon enthousiast aan mijn rit en na ongeveer 25min door padjes dwalen en ik op het punt sta terug te draaien zie ik ineens een stuk asfalt verschijnen aan de horizon. Allright, dat moest die highway 4 zijn die ik een tijdje noordwaards moet volgen. Altijd spannend wanneer het politie-controle is en je er als bleke toerist voorbij moet. Zeker in zo’n corrupt land als Cambodja en jawel, ik had het vlaggen. Blijbaar stond het licht van mijn brommer op en mocht dat overdag niet, alle, ik toch niet en dat ik geen Cambodjaans rijbewijs had zou me ook geld gaan kosten. Hij begon bij $25 en ik doe alsof ik hem niet versta, want ik weet perfect wat hier aan de hand is. Dat ik moest betalen stond vast, het hing er alleen nog vanaf hoeveel. Dan werd het $20, ik versta nog altijd geen Cambodjengels en blijf me als een idioot snulletje gedragen. Op den duur mocht ik zelf kiezen hoeveel de boete was en geef hem $10 (omdat ik geen kleinere dollar briefjes had en hem niet in zijn gat wou bijten met een paar prullige Cambodjaanse Riel) Hij blij en ik ook omdat de schade beperkt bleef.

Na een tijdje zoeken vind ik het national park waar de waterval zou zijn. Ik draai wat lijkt een eindeloze roestkleurige bospad in en hoop op het beste. Na ongeveer een kwartiertje waan ik mezelf in de Liereman en hoop op een bordje of richtingaanwijzer. Ik kom genoeg Cambodjanen tegen, maar als ze me al verstaan is het toch altijd nog maar 3 tot 4 kilometer. Toch, na lang rijden een hokje waar ik moet stoppen en $2 moet neerleggen om verder te rijden, ik vraag:” How far to the waterfall?” Het antwoord zou je ondertussen moeten weten. Het is echt een mooite waterval, alle, het zijn er veel en er zijn geen toeristen, alleen een paar Cambodjaanse gezinnen, al ben ik niet zeker of ze daar op bezoek zijn of één van de prulwinkeltjes uitbaten die je langs de waterkant kan vinden. Ik verdubbel de jaaromzet van zo één shopke door een water én een cola te kopen alvorens ik terug op mijn brommer spring en terug richting city rij.

Om de benzine nog wat op de brossen rij ik links en rechts nog een weg in, stop bij een meertje en kom ineens twee mensen tegen die hun brommerke (zichtbaar vermoeid) de berg op aan’t duwen zijn. Een Zwitsers koppeltje dat zonder naft is gevallen. Vriendelijk als ik ben bied ik een lift aan naar het volgende pompstation en zet hem ook terug af bij zijn lief. Voldaan stop ik nog even met de ipod op het strand en krijg het idee om mijn haar te laten knippen. Vorige keer in Cambodja was geen meevaller, maar ik was bereid ze nog een kans te geven hier. Op den duur een vrouwenkapsalon binnen gestapt waar ze bijna ruzie maakten voor wie aan mijn haar mocht komen. Had ik dat maar niet gedaan, met mijn busje shampoo ga ik nu in ieder geval heel lang toekomen en niemand gaat me herkennen.

Getafe – Real Madrid loopt op zijn einde, net als dit bericht. Ik ga iets eten, nog een beetje werken en me naar het strand begeven. Morgenvroeg de bus naar Kampong Speu waar oude bekende Vichetr van de SSF mij verwacht.