We verlaten het Biri eiland. We zitten weer opgepakt op een pumpboat, met een ferme regenbui op komst. Al snel wordt er voor beschutting gezorgd (een groot zeil met zeer veel gaten :) ). De gaten in’t zeil zorgen voor lekken, die na een tijd kleine watervalletjes worden. Na enige herschikking (op bagage en bakken bier kruipen), hebben we ons toch nog redelijk kunnen beschermen tegen de regen. En ook na enige acrobatenstunts op een smalle balk komen we veilig aan wal. We nemen een bus verder richting zuiden. De bus zit maar halfvol, ieders heeft een eigen zetel. ’t is plezant, relaxed naar buiten kijken met raam open naar natuur en familietafereeltjes. Halverwege de rit wordt de bus echter gevuld met selder. Pakken selder (en andere groenten) worden langs de ramen in de bus gestoken. Lou kan geen kant meer op en zit gevangen tussen de selder, Veck moet plaats maken voor de selder en moet vooraan in de bus gaan zitten, Nick zit opgepropt tussen de Filipijnen, Joke heeft meer chance en heeft nog een bank voor haar alleen en kan dankzij de selder zich volledig plat leggen over selder en bank. De avond vullen we met naar cafeekes te gaan met slechte slaapverwekkende muziek.

We zijn aangekomen in Cebu City. ’s Avonds kunnen we een leuk festivalleke meepikken. Filipijnse idool-kandidaten, zangkoren, uitbeeldende volksspelers (met als hoogtepunt het uitbeelden van het hanegevecht) entertainen het publiek. Ook in Cebu zie je blijkbaar weinig jonge toersisten. We zijn zelfs populair. Mensen vragen af en toe om met ons op de foto te mogen (wie weet hebben ze ons wel gezien op onze paint-ball promo-spot zaterdag en zijn nu bekend in de Filipijnen :) ). We hebben weer veel beziens.