Dag trouwe lezers, hier zijn we weer. We hebben er eventjes uitgelegen, maar dat hadden we zelf niet onder controle. Internet in Sulawesi is onstabieler dan natte Willy op glad ijs en dan moet de elektriciteit het ook nog volhouden. Om de techneuten een idee te geven, de gemiddelde downloadsnelheid piekte op 900 bytes/sec. Dus nog geen kilobyte. 5 mb zou ongeveer 49 minuten duren. Of in mensentaal, een klein uurtje wachten tegenover 1 seconde thuis met Telenet :)

Het is hier echt machtig prachtig, de mensen zijn de vriendelijkste die ik ooit gezien heb en voor de rest is het hier verschrikkelijk… mooi. Christenen en Moslims leven hier in harmonie met elkaar. Eerst hoor je ’s avonds de moslims bidden, daarna komen de halleluja’s uit de andere richting. Niet iedereen heeft een ijskast, want tv en een gigantische satelliet is veel belangrijker.

Manado
Manado was een verplichtte tussenstop na Bunaken omdat we daar een bus moesten nemen, ’s morgens vroeg om 6.00u. De namiddag hebben we dat ticket gaan regelen en wat door de stad gewandeld. Het is een vieze stad waar nog nooit iemand het woord recyclage of sorteren heeft uitgesproken. En dat vertaalt zich in vuilnis overal, ook op de mooie eilanden zoals Bunaken die er voor de kust liggen. Plastic, glas, papier,… kortom alles wat je op het containerpark kan vinden. Spijtig, en de strijd tegen deze vervuiling lijkt maar moeizaam op gang te komen. Ook nog eens genoten van een hamburger bij de KFC en de verfrissende koelte van de veel te koude airco’s in het winkelcentrum.

De volgende dag 10 uur op een bus gezeten met een zeer bedrijvige chauffeur waardoor we iets vroeger dan gepland aangkwamen in Gorontalo, de havenstad waar we onze boot naar de Togean Islands moeten hebben.

Gorontalo
In Gorontalo is elke blanke (mannelijke) toerist een filmster, of zo lijkt het toch. Iedereen roept “miester miester” en zwaait uitbundig. Vrouwen worden hier totaal genegeerd, tot ongenoegen van Ines. Alhoewel er soms ook een “hello mies” te horen viel, maar dat was dan waarschijnlijk omdat ze de miester nog niet hadden gezien. Op één van mijn wandelingen door de stad (terwijl Ines aan haar paper zat te werken in het hotel) mijn jaarlijks terugkerende reis-gay-experience meegemaakt. Ditmaal geen tandarts, maar een opdringerige kerel die gewoon eens graag met mij naar de hotelkamer ging. En het mocht iets kosten. Vriendelijk bedankt en aan een snelwandeltempo terwijl ik gestalkt werd terug naar huis gegaan.

Even later mezelf toch weer op straat gewaagd en op zoek gegaan naar transport naar de eilanden. Na enig zoekwerk iemand gevonden die meer dan “miester miester” kon zeggen en hij heeft ons dan ook heel de dag geholpen en de stad laten zien. Zijn naam was Udin. En Udin have expecience! Hij bracht ons naar het oude Portugese fort dat uitzicht biedt over heel de stad en het meer, de rijstvelden,… hij had er echter niet bijgezegd dat we daarvoor wel een redelijk aantal trappen moesten doen. Echter zeker de moeite waard.

’s Avonds vertrok dan de nachtboot naar Wakai op de Togean eilanden. Via Udin hebben we de kajuit van de tweede stuurman kunnen bemachtigen wat garant stond voor rust en privacy ipv op het dek te moeten slapen, of benedendeks in de kindercrèche. Ik heb ook nog even mogen proeven van het zeemanschap daar ik toegelaten was op de brug van de boot. Je weet wel, waar het stuurwiel staat.

Togean islands
Aangekomen op Wakai de speedboot genomen naar het Black Marlin Resort op Kaddidiri, een eilandje iets verderop. Daar heb ik een duik gedaan, ik ga niet in detail treden, maar wel één die echt de moeite was. Ook snorkelen (zelfs vanaf het strand) was er heel erg mooi. Het enige spijtige was dat het water en elektriciteit niet 24 uur beschikbaar was, waardoor je soms enkele praktische probleempjes had. En had ik al gezegd dat daar geen telefoon en helemaal geen internet connectie was?

De volgende dag samen met een Engels kopppel (Derek & Sarah) een bootje gecharterd naar Bomba, een eindje verderop. Daar heerste totale rust. Er was niemand anders daar dan wij, een gigantische spin en zeven honden. Honden die je overal volgden en ’s nachts de wacht hielden op het terras. Voor de fun hadden wij de honneymoon suite gekregen en daar was plaats genoeg voor al onze viervoetvrienden. Misschien hadden we ook beter een paar katten aangeschaft want na de eerste nacht hadden muizen zich een weg geknabbeld door de rugzak van Ines, op zoek naar koekjes en die daar ook gevonden. Gat in rugzak en ook de oortjes van de iPod leken wel te smaken. Voor de rest chillen, zwemmen en zeveren met onze nieuwe Engelse vrienden.

Hollanders kom je overal tegen en soms zelfs ook een Belg. Erik was een Belg die toevallig net op die plaats duikinstructeur was. Hij kwam daar een beetje orde op zaken stellen en vroeg of we toevallig geïnteresseerd waren in een kennismakingsduik voor Ines. Ik zou dan met Ines mogen duiken een stukje van het strand, gewoon om eens te testen. Derek deed ook mee. En zo leerde ik Derek en Ines als volleerd nep-instructeur de basis van het duiken.

Tentena
Gelegen aan het idillische Poso meer centraal in Sulawesi en echt een verademing na een week op de eilanden. Eindelijk terug warm water en electriciteit, maar het internet liet nog steeds te wensen over. Zwemmen in het meer was heerlijk en de avonden waren aangenaam koel. Een fantastische waterval bezocht en omdat een heel goei voorstel van twee andere reizigers (Matthias uit Duitsland en Carlina uit Bulgarije) ons voor de voeten werd geworpen, daar ’s anderendaags om 5.30u samen met hen verdergegaan naar Rantepao – Toraja land!

Rantepao – Tana Toraja
Dit moest één van de hoogtepunten worden van dit stuk van de reis. De Toraja zijn bekend om hun speciale levenswijze, maar nog meer voor hun begrafenissen en de manier waarop ze omgaan met hun doden. Een ceremonie van enkele dagen waar het nodige bloed mag vloeien. Buffalo’s en varkens moeten er in grote getallen aan geloven, maar al bij al blijft het nog vrij deftig. Het is wel een overweldigend beeld als je toekomt op de plaats waar het zich allemaal afspeelt. Overal ligt bloed, schreeuwende varkens, er lopen gigantische buffalo’s rond,… het duurt even voor je het allemaal een beetje kan vatten. Bovenop de verzamelplaats waar de familie zit staat dan de kist van de overledene die blijkbaar dan ook al meer dan een jaar dood was. Geen koffietafel, maar gebakjes en koffie en thee voor iedereen aanwezig.
De mensen worden daarna ook niet gewoon begraven in de grond, maar in een graf, uitgekapt in een rots. Ze krijgen geschenken mee voor het hiernamaals (vooral sigaretten) en de plaats in de rots zegt iets over de status in de maatschappij. Hoge onbereikbare graven zijn van belangrijke of gewoon rijke mensen, terwijl arme mensen bijna letterlijk op een hoop worden gesmeten. We zijn zelf ook in zo’n grot geweest vol schedels, sigaretten en lijkkisten. Zie de foto’s om hier een beeld van te krijgen.

Door deze indrukwekkende gebeurtenissen zou je bijna vergeten hoe mooi het hier wel is. Groene rijstterrassen tegen de flanken van de bergen zo ver je kan zien, met hier en daar een buffel die verkoeling zoekt. Het deed mij vooral denken aan zoiets als de Efteling, alleen veel veel mooier en veel veel specialer. Echt iets dat je moet zien om het te geloven. Zo staan hier bijvoorbeeld soms geen palmbomen, maar naaldbomen, zomaar. Je waant je plots in de alpen, maar als je dan die gekke huisjes in de verte weer ziet staan weet je weer waar je bent.


Matthias (DE) en ik (de venten van het gezelschap) zouden een trekking gaan doen in de bergen ten noorden van de stad, maar omdat we een gids te duur vonden, besloten we er zelf op uit te trekken. Dat bleek echter al snel onbegonnen werk waardoor we na een paar uur gewoon een brommer hebben gehuurd en op goed geluk de bergen zijn ingereden. Fantastische panorama’s en vergezichten, dingen die je niet op foto of film kan vatten, al hebben we geprobeerd. De volgende dag hebben we ongeveer dezelfde tour nog eens gedaan, maar dan met de vrouwen achterop. ’s Avonds wachtte de nachtbus die ons naar Makassar, onze laatste stop in Sulawesi zou brengen. Daar zitten we nu en EINDELIJK is er internet. Dadelijk trekken we de stad in, op zoek naar informatie en het vervolg van onze reis, want onze volgende stop… weten we zelf nog niet.

Hoep hoep hoepschraubbe!